Geen bezwaar mogelijk tegen advies dat octrooi nietig is

Dit artikel is geschreven door Sebastien Versaevel en Oscar Lamme en verscheen op 14 september 2021 De Jurist.

07 October 2021

Publication

In Nederland is het mogelijk op twee manieren een octrooi te krijgen. Via een verleningsprocedure bij het Europees Octrooibureau, waarbij in een keer voor alle landen die bij het Europees Octrooiverdrag zijn aangesloten een Europees octrooi verkregen kan worden. Na verlening valt dat Europese octrooi uiteen in nationale delen voor elk land waarvoor het Europese octrooi is aangevraagd. De andere route is het aanvragen van een Nederlands octrooi via het Octrooicentrum Nederland (OCNL).

Een belangrijk verschil tussen de route via het Europees Octrooibureau en het OCNL, is dat er bij de tweede route geen voorafgaand onderzoek wordt gedaan naar de geldigheid van het octrooi. Nederlandse octrooien zijn zogenaamde registratie-octrooien. Omdat dit onderzoek ontbreekt, is er voor derden minder houvast of het octrooi wel geldig is. Om aan deze onzekerheid tegemoet te komen, is het voor belanghebbenden achteraf mogelijk het OCNL alsnog te vragen een advies te geven over geldigheid van het octrooi.

De Dienst Wegverkeer (RDW) heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een verzoek tot advies ingediend ten aanzien van een tweetal octrooien. Het advies van het OCNL was dat de octrooien vernietigbaar zijn.

De octrooihouder heeft tegen de adviezen tot vernietigbaarheid van de octrooien bezwaar gemaakt bij het Octrooicentrum Nederland. Het OCNL verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de adviezen geen besluiten zijn zoals bedoeld in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De adviezen zouden namelijk niet gericht zijn op een rechtsgevolg.

De octrooihouder is tegen dit oordeel in beroep gegaan bij de rechtbank Den Haag. Daarbij voerde de octrooihouder onder meer aan dat een dergelijk advies een vereiste is voor het voeren van een nietigheidsprocedure bij de rechtbank. Daarnaast voert de octrooihouder aan dat ook sprake is van een rechtsgevolg omdat de adviezen actief openbaar zijn gemaakt. Het publiceren van de adviezen zou daarnaast ook negatieve effecten tot gevolg kunnen hebben voor de octrooihouder. De octrooihouder wijst ook op het belang van het advies, omdat dit vaak door de rechter wordt gevolgd in de nietigheidsprocedure.

De rechtbank wees het beroep echter af, omdat de octrooien waarop de adviezen zien ook ná uitbrengen van het advies van kracht blijven. Dit geldt ook als wordt geadviseerd tot nietigheid van de octrooien, zoals in dit geval is gebeurd. Het feit dat de verzoeker van het advies (RDW) door het uitbrengen van het advies ontvankelijk is in een vordering tot vernietiging van de octrooien, brengt op zichzelf nog geen verandering in de rechtspositie van de octrooihouder mee. De verandering in rechtspositie ontstaat namelijk pas nadat een uitspraak op een ingediende vordering is gedaan.

Het voorgaande betekent niet dat de octrooihouder nu met lege handen staat. Zoals de rechtbank terecht opmerkte, zijn de octrooien ook na het advies nog steeds van kracht. Indien de octrooihouder van mening is dat het OCNL het bij het verkeerde eind had en het RDW inbreuk zou maken op de octrooien, dan staat het de octrooihouder nog steeds vrij deze octrooien in te roepen. Het zal dan aan de rechter zijn een definitief oordeel te geven over de geldigheid en inbreuk.

This document (and any information accessed through links in this document) is provided for information purposes only and does not constitute legal advice. Professional legal advice should be obtained before taking or refraining from any action as a result of the contents of this document.