De ene Ferrari is de andere niet
Dit artikel is geschreven door Ruben Verweij en Paul Tjiam en verscheen op 3 november op De Jurist.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 28 oktober 2021 geoordeeld dat het niet verplicht is om ieder onderdeel van een voortbrengsel waarvoor bescherming als niet-ingeschreven Gemeenschapmodel wordt gezocht afzonderlijk te publiceren, maar heeft er ook op gewezen dat de kenmerken van het betrokken onderdeel in de publicatie duidelijk zichtbaar en identificeerbaar moeten zijn.
De zaak
In 2014 brengt Ferrari voor het eerst beelden naar buiten van haar topmodel, de Ferrari FXX K. Dit is een zeer exclusieve ‘hypercar’ die niet geschikt is voor de straat. De beelden zijn onderdeel van een persbericht en betreffen een voor- en zijaanzicht van de auto.
Mansory is een Duitse onderneming die zich bezighoudt met de personalisatie van auto’s. Zij ontwerpt, maakt en verkoopt accessoires om een Ferrari 488 GTB, waarvan de prijs rond de € 170.000 ligt, eruit te laten zien als de € 2,2 miljoen kostende Ferrari FXX K.
Procedure
Volgens Ferrari schendt Mansory haar rechten op niet-ingeschreven gemeenschapsmodellen die betrekking hebben op delen van het model FXX K, namelijk elementen van de carrosserie. Meer specifiek gaat het hier om een V-vormig deel van de motorkap en voorbumper.
Ferrari daagt Mansory voor de Duitse rechter op basis van inbreuk op haar niet-ingeschreven gemeenschapsmodelrechten. Volgens Ferrari zijn gemeenschapsmodellen ontstaan op elementen van de carrosserie bij publicatie van de eerste beelden van de FXX K. In eerste aanleg en in beroep wordt anders geoordeeld: er zou geen geldig modelrecht zijn, omdat een zekere zelfstandigheid van de vormen zou ontbreken.
In cassatie stelt het Bundesgerichtshof prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie. Samengevat vraagt het Bundesgerichtshof zich af of modellen met betrekking tot afzonderlijke delen van een voortbrengsel (zoals de voorbumper) kunnen ontstaan bij de publicatie van een afbeelding van het geheel (in dit geval een auto), en zo ja, in hoeverre de verschijningsvorm van zo’n deel zelfstandig moet zijn ten opzichte van het geheel, teneinde te kunnen onderzoeken of deze verschijningsvorm een eigen karakter heeft.
Hof van Justitie EUHet Hof oordeelt dat de beschikbaarstelling voor het publiek van afbeeldingen van een voortbrengsel, zoals een perspublicatie met foto’s van een auto, meebrengt dat een model van een deel van dat voortbrengsel voor het publiek beschikbaar wordt gesteld, op voorwaarde dat de verschijningsvorm van dat deel of onderdeel duidelijk herkenbaar is bij die beschikbaarstelling.
Het onderdeel moet duidelijk herkenbaar zijn. Dat betekent volgens het Hof dat het duidelijk zichtbaar moet zijn en afgebakend moet zijn door kenmerken die de bijzondere verschijningsvorm ervan uitmaken, bijvoorbeeld door lijnen, omtrek, kleuren, vormen of een specifieke textuur.
Het is nu weer aan de Duitse rechter om met deze antwoorden van het Hof te oordelen of de motorkap en voorbumper van deze Ferrari duidelijk zichtbaar en identificeerbaar zijn of dat zij opgaan in de auto als geheel.
Consequenties
De relevantie van deze uitspraak reikt verder dan de vormgeving van (superpremium) auto’s. Iedere producent en/of ontwerper die bescherming wenst van een nieuw en afzonderlijk deel van een product waar geen modelinschrijving bestaat, moet bij publicatie van het product rekening houden dat de delen waarvoor bescherming gewenst is duidelijk herkenbaar zijn. Het relevante deel en de kenmerken daarvan moeten zichtbaar en identificeerbaar zijn. Zij mogen niet verloren gaan in het product als geheel.






_11zon_11zon.jpg?crop=300,495&format=webply&auto=webp)


_11zon.jpg?crop=300,495&format=webply&auto=webp)



.jpg?crop=300,495&format=webply&auto=webp)


.jpg?crop=300,495&format=webply&auto=webp)
